13/06/2026
Ik weet eigenlijk best goed wat ik wil met mijn leven.
Dat klinkt misschien gek na mijn vorige bericht, maar het is waar.
Ik wil mensen met autisme en hun omgeving ondersteunen vanuit mijn eigen ervaring, kennis, opleidingen en bijzondere interesses. Via Gelukkig Autisme. Via coaching. Via ont-moeten wandelingen. Via begeleiding van gezinnen. Via trainingen en ervaringsdeskundigheid.
De vraag die mij bezighoudt is niet zozeer wat ik wil.
De vraag is: hoe maak ik daar een duurzaam bestaan van?
Onlangs solliciteerde ik naar een functie als coach bij de STERKplaats van de LFB. Een plek waar mensen worden geholpen hun talenten te ontdekken, hun stem te vinden en hun ervaringen in te zetten om anderen te versterken.
Toen ik die vacature las, voelde ik veel herkenning.
Omdat ik zelf ook al jaren bezig ben met het helpen van mensen om zichzelf beter te begrijpen, hun kwaliteiten te ontdekken en hun plek in de wereld te vinden.
Juist daarom kwam de afwijzing harder binnen dan ik had verwacht.
Want als ik mezelf herken in zoveel onderdelen van zo'n functie, waarom lukt het dan al jaren niet om daar een plek in te vinden?
Tegelijkertijd blijft er een stemmetje in mij dat zegt:
"Misschien ben je niet bedoeld om ergens in te passen. Misschien ben je bedoeld om zelf iets op te bouwen."
En daar begint mijn volgende uitdaging.
Hoe maak ik van wat ik nu doe een concreet aanbod?
Hoe weet ik of mensen daar daadwerkelijk behoefte aan hebben?
Hoe vraag ik daar een eerlijke vergoeding voor?
En misschien wel de spannendste vraag van allemaal:
Hoeveel kan ik eigenlijk aan?
Ik heb in het verleden een burn-out gehad. Ik weet hoe het voelt om over mijn grenzen heen te gaan. Daarom kijk ik niet alleen naar mijn dromen, maar ook naar mijn belastbaarheid.
Voor mezelf beginnen voelt als vrijheid.
Maar ook als onzekerheid.
Wat als het niet lukt?
Wat als ik financieel in de problemen kom?
Wat als het juist wél lukt, maar meer energie vraagt dan ik duurzaam kan geven?
Misschien is dat wel de plek waar ik nu sta.
Niet tussen weten en niet weten.
Maar tussen dromen en durven.
13/06/2026
Soms voel ik me gevangen tussen twee stemmen.
De ene stem zegt:
"Ik weet niet wat ik met mijn leven moet."
De andere stem zegt:
"Verdiep je. Leer. Begrijp meer en het pad zal vanzelf duidelijk worden."
En eerlijk? Ik schiet al jaren heen en weer tussen die twee.
Als je autisme hebt, kan de behoefte aan duidelijkheid groot zijn. Ik wil graag weten waar ik naartoe ga, wat mijn plek is, wat mijn werk wordt, hoe de toekomst eruitziet. Maar hoe meer ik probeer alles uit te denken, hoe meer ik soms vastloop.
Dan komt die andere stem. De stem die zegt dat verwarring misschien niet betekent dat ik faal. Dat het misschien een uitnodiging is om verder te kijken, te leren, te onderzoeken.
Toch merk ik dat ik daar ook in kan blijven hangen.
Nog een boek.
Nog een cursus.
Nog een inzicht.
Nog een theorie.
Alsof het volgende stukje kennis eindelijk het antwoord gaat geven.
Maar na zoveel jaren in dezelfde situatie begin ik iets anders te zien.
Soms ontbreekt er geen kennis.
Soms ontbreekt er geen plan.
Soms is het leven niet onduidelijk omdat ik iets niet weet.
Soms is het onduidelijk omdat het leven vraagt om een stap te zetten zonder alle antwoorden te hebben.
Dat vind ik misschien wel het moeilijkste.
Niet weten.
Niet kunnen voorspellen.
Niet zeker weten of iets gaat lukken.
En toch bewegen.
Misschien herken jij dat ook. Dat je blijft schommelen tussen verwarring en het zoeken naar antwoorden. Tussen voelen en analyseren. Tussen leven en proberen het leven te begrijpen.
Misschien hoeft niet alles vandaag duidelijk te zijn.
Misschien is de volgende stap genoeg.
13/06/2026
Ik voel me het meest levend wanneer ik in beweging ben.
Niet omdat ik altijd prestaties najaag, maar omdat mijn lichaam gemaakt lijkt te zijn voor avontuur. Voor lange dagen buiten. Voor kilometers maken. Voor heuvels beklimmen. Voor het ontdekken van wat er achter de volgende bocht ligt.
Wandelen is voor mij veel meer dan verplaatsen van A naar B. Het is een manier van leven. Tijdens een lange tocht vallen de lagen van de dag van me af. Mijn hoofd wordt stiller. Mijn lichaam neemt het over. Stap voor stap ontstaat er ruimte voor helderheid.
Diezelfde behoefte aan ontwikkeling vind ik terug in de sportschool. Ik train niet alleen om sterker te worden, maar omdat ik het mooi vind om te ontdekken waartoe mijn lichaam in staat is. Er zit iets diep bevredigends in het opbouwen van flexibiliteit, kracht, uithoudingsvermogen en veerkracht. Niet vanuit strijd met mezelf, maar vanuit nieuwsgierigheid.
Ik merk dat ik van nature word aangetrokken tot uitdagingen die anderen soms vermijden. Een steile berg, een lange wandeling in slecht weer, een zware training of een periode waarin ik mezelf opnieuw moet uitvinden. Juist daar voel ik iets ontwaken. Alsof het leven me uitnodigt om verder te groeien.
Tegelijkertijd heb ik geleerd dat echte kracht niet alleen zit in doorgaan. Mijn lichaam vraagt ook om rust, herstel en momenten van terugtrekken. Na inspanning volgt bezinning. Na beweging volgt stilte. Die afwisseling houdt mij in balans.
Wanneer ik goed voor mezelf zorg, ontstaat er een combinatie van vitaliteit, intuïtie en doorzettingsvermogen. Dan voel ik een natuurlijke energie die niet geforceerd is. Een energie die me uitnodigt om naar buiten te gaan, nieuwe ervaringen op te doen en tegelijkertijd dicht bij mezelf te blijven.
Misschien is dat wel de rode draad in mijn leven: blijven bewegen. Niet om ergens aan te ontsnappen, maar om steeds meer thuis te komen in wie ik werkelijk ben. Iedere wandeling, iedere training en ieder avontuur brengt me een stap dichter bij mezelf.
04/06/2026
Ik begin steeds meer te vermoeden dat het ook een inwijding is.
Niet omdat autisme gemakkelijk is.
Niet omdat overprikkeling mooi is.
Niet omdat onbegrip een geschenk voelt wanneer je er middenin zit.
Maar omdat autisme mij keer op keer dwingt naar plekken in mezelf waar ik anders misschien nooit zou zijn gekomen.
Plekken waar ik niet langer kan vluchten in afleiding.
Plekken waar maskers uiteindelijk te zwaar worden om te dragen.
Plekken waar ik moet leren luisteren naar iets wat zachter spreekt dan de verwachtingen van de wereld.
Mijn leven heeft vaak gevoeld als een voortdurende confrontatie.
Met angst.
Met eenzaamheid.
Met het gevoel anders te zijn.
Met de vraag waarom dingen die voor anderen vanzelfsprekend lijken, voor mij zoveel energie kosten.
Lange tijd zag ik dat als bewijs dat er iets mis met mij was.
Nu zie ik het anders.
Ik zie dat veel van mijn lijden niet ontstond door mijn autisme.
Het ontstond doordat ik probeerde iemand anders te worden.
Omdat ik dacht dat ik pas waardevol was als ik normaal genoeg was.
Sociaal genoeg.
Productief genoeg.
Makkelijk genoeg.
Maar het leven bleef mij terugroepen.
Steeds opnieuw.
Naar mijn gevoeligheid.
Naar mijn kwetsbaarheid.
Naar mijn behoefte aan stilte.
Naar mijn behoefte aan waarheid.
En dat terugroepen voelde zelden vriendelijk.
Soms kwam het als een burn-out.
Soms als overprikkeling.
Soms als verdriet.
Soms als een gevoel van leegte.
Alsof het leven zei:
"Je mag alles worden, behalve iemand die zichzelf verlaat."
Misschien is dat wel een van de diepste lessen die autisme mij heeft gebracht.
Dat ik niet ben gekomen om mezelf aan te passen aan elke omgeving.
Maar om steeds eerlijker te worden over wie ik werkelijk ben.
Niet door harder te worden.
Maar juist door zachter te worden.
Niet door mijn gevoeligheid kwijt te raken.
Maar door haar te leren vertrouwen.
Niet door mijn anders-zijn te overwinnen.
Maar door het volledig te bewonen.
Want diep vanbinnen denk ik dat veel autistische mensen een gave dragen die deze wereld hard nodig heeft.
Niet een gave van presteren.
Niet een gave van perfectie.
Maar een gave van authenticiteit.
Wij weten vaak wat het kost om een masker te dragen.
Daardoor weten we misschien ook beter dan anderen wat er gebeurt wanneer iemand het eindelijk afzet.
En misschien is dat wel onze bijdrage.
Niet om de wereld te leren hoe je beter kunt functioneren.
Maar om haar te herinneren aan iets wat ze dreigt te vergeten.
Dat een mens geen machine is.
Dat gevoeligheid geen zwakte is.
Dat rust geen luiheid is.
Dat waarheid belangrijker is dan erbij horen.
En dat een leven pas werkelijk begint op het moment dat je stopt met vechten tegen wie je bent.
Misschien is autisme niet alleen een neurologische variatie.
Misschien is het voor sommigen ook een pad.
Een pad dat je niet gekozen zou hebben.
Maar dat je, als je het eenmaal bewandelt, kan brengen naar een diepte die je nergens anders had gevonden.
Soms vraag ik me af of mijn autisme mij beperkt.
Steeds vaker vraag ik me af hoeveel van mijn wijsheid juist daaruit is geboren.
02/06/2026
Soms denk ik dat mijn grootste uitdagingen ook mijn grootste leraren zijn.
Niet omdat ik ze heb gekozen. Niet omdat ze prettig zijn. Maar omdat ze me iets laten zien wat ik anders nooit had ontdekt.
Als iemand met autisme heb ik vaak geprobeerd om moeilijke ervaringen te begrijpen. Overprikkeling. Het gevoel anders te zijn. Misverstanden. Vastlopen. Dingen die voor anderen vanzelfsprekend lijken, maar voor mij veel energie kosten.
Lange tijd zag ik die ervaringen vooral als problemen die opgelost moesten worden.
Tegenwoordig kijk ik daar anders naar.
Ik merk dat juist die ervaringen me hebben geleerd om beter te luisteren. Dieper te voelen. Verder te kijken dan wat zichtbaar is aan de buitenkant.
De momenten waarop ik vastliep, hebben me geholpen om anderen beter te begrijpen die ook worstelen.
De momenten waarop ik me niet begrepen voelde, hebben me geleerd hoe belangrijk het is om echt naar iemand te luisteren.
De momenten waarop ik anders was, hebben me laten zien dat anders zijn niet hetzelfde is als minder zijn.
Misschien zit daar wel iets moois in verscholen.
Dat we onze uitdagingen niet alleen hoeven te zien als iets dat ons tegenhoudt, maar ook als iets dat ons vormt.
Niet omdat alles positief gemaakt moet worden. Niet omdat pijn een les móét zijn.
Maar omdat er soms iets waardevols ontstaat wanneer we eerlijk durven kijken naar onze ervaringen.
Een inzicht.
Meer begrip.
Meer mildheid voor onszelf.
Of de mogelijkheid om iemand anders te laten voelen: je bent niet de enige.
Misschien zijn onze moeilijkste momenten soms de grondstof voor de mooiste dingen die we later met anderen kunnen delen.
01/06/2026
De afgelopen tijd ben ik behoorlijk geconfronteerd met mezelf.
Niet met mijn kennis. Niet met mijn inzichten. Niet met mijn vermogen om patronen te zien of betekenis te geven aan wat ik meemaak.
Juist niet.
Ik werd geconfronteerd met iets veel simpelers en tegelijkertijd veel moeilijkers.
Aanwezig zijn.
Als iemand met autisme heb ik jarenlang geprobeerd mezelf en de wereld te begrijpen. Waarom gebeurt iets? Wat zit eronder? Welke patronen spelen hier? Wat betekent dit?
Dat heeft me veel gebracht. Het heeft me geholpen om mezelf beter te begrijpen en om anderen te ondersteunen.
Maar de laatste tijd ontdek ik ook een andere kant.
Soms gebruik ik begrijpen als een manier om niet volledig te hoeven voelen.
Soms zit ik al in de uitleg terwijl de ervaring nog bezig is.
Soms ben ik bezig met hoe iets bedoeld is, terwijl de ander vooral ervaart hoe het overkomt.
En soms probeer ik zo hard om begrepen te worden, dat ik vergeet aanwezig te zijn bij wat er op dat moment in mij leeft.
Dat is confronterend.
Want ik merk hoe belangrijk verbinding voor mij is. Misschien wel zó belangrijk dat ik soms onbewust probeer te sturen hoe anderen mij zien. Door extra uitleg te geven. Door mezelf te nuanceren. Door alvast context te geven.
Alsof ik bang ben dat als mensen mij niet begrijpen, de verbinding verdwijnt.
De afgelopen tijd heb ik geleerd dat uitleg niet altijd leidt tot begrip. En dat authentiek zijn niet betekent dat iedereen je begrijpt.
Authentiek zijn betekent soms dat je aanwezig blijft terwijl je niet weet hoe het landt.
Dat je jezelf laat zien zonder eerst alles dicht te timmeren.
Dat je een emotie voelt zonder deze direct te analyseren.
Dat je onzeker mag zijn zonder die onzekerheid meteen op te lossen.
Voor iemand zoals ik, die veel leeft vanuit inzicht, betekenis en bewustwording, is dat misschien wel één van de moeilijkste lessen tot nu toe.
Minder begrijpen.
Meer ervaren.
Minder uitleggen.
Meer aanwezig zijn.
Ik ben er nog lang niet.
Maar misschien begint groei niet altijd bij een nieuw inzicht.
Misschien begint groei soms precies op de plek waar inzicht niet langer genoeg is.
26/05/2026
Soms verdwijn ik even.
Niet omdat ik niets te zeggen heb.
Niet omdat het me niet meer raakt.
Maar juist omdat het me diep raakt.
De afgelopen weken voelde ik dat ik stiller werd vanbinnen. Alsof alles wat ik normaal gesproken deel, eerst weer echt doorleefd moest worden voordat ik er woorden aan kon geven. En eerlijk gezegd… ik merk dat social media soms ook een vreemde plek kan zijn. Een plek waar je zichtbaar bent, maar jezelf ongemerkt toch weer een beetje kunt verliezen.
Ik schrijf hier vaak over jezelf mogen zijn. Over maskers. Over overprikkeling. Over voelen wat waar is voor jou. Maar soms betekent dat ook dat ik zelf moet luisteren naar mijn eigen grenzen, in plaats van alleen maar door te blijven geven.
Er zijn periodes waarin ik veel draag van anderen. Gesprekken. Verhalen. Energieën. Verwachtingen. En dan merk ik dat mijn eigen systeem zachter wil leven. Minder wil “moeten”. Minder wil presteren. Meer stilte nodig heeft om weer helder te voelen wat echt is.
Een deel van mij wil dan blijven posten. Zichtbaar blijven. Consistent zijn. Het algoritme tevreden houden.
Maar een ander deel weet: als ik mezelf voorbijloop terwijl ik praat over authenticiteit, dan raak ik verwijderd van de kern van waarom ik dit ooit begonnen ben.
Dus ik trok me even terug.
Niet als opgeven.
Maar als ademen.
Ik denk dat veel mensen met autisme dit herkennen. Dat je soms afstand nodig hebt van alle prikkels, meningen en verwachtingen om jezelf weer terug te vinden. Dat stilte geen leegte is, maar herstel. Dat terugtrekken soms juist een vorm van trouw zijn aan jezelf is.
En misschien is dit ook belangrijk om eerlijk te delen. Niet alleen de inzichten. Niet alleen de sterke momenten. Maar ook de periodes waarin het even schuurt, vertraagt of stilvalt.
Ik hoef niet altijd “aan” te staan om waardevol te zijn.
En jij ook niet.
15/05/2026
Soms voelt het alsof mijn hele leven één grote zoektocht is naar betekenis. Niet alleen betekenis in de praktische zin van werk, relaties of doelen, maar betekenis op een dieper niveau. Waarom ben ik hier? Waarom voel ik dingen zo intens? Waarom lijkt het alsof ik altijd onder de oppervlakte kijk, terwijl de wereld vaak genoegen neemt met wat zichtbaar is?
Mijn zoektocht naar zingeving begon niet vanuit rust, maar vanuit frictie. Vanuit het gevoel dat ik anders naar het leven keek. Alsof ik voortdurend iets probeerde te begrijpen wat net buiten bereik lag. Ik denk dat veel mensen die gevoelig zijn voor prikkels, emoties en onderstromen dat herkennen. Het gevoel dat je niet zomaar mee kunt bewegen in systemen die vooral draaien op snelheid, verwachtingen en aanpassen.
Voor mij werd spiritualiteit nooit een vlucht uit het leven. Juist het tegenovergestelde. Het werd een manier om dieper ín het leven te zakken.
In mijn donkerste periodes zocht ik naar verklaringen. Later begon ik iets anders te zoeken: waarheid. Geen waarheid die iemand mij oplegt, maar een innerlijke waarheid. Een gevoel van resonantie. Dat moment waarop iets niet alleen logisch klinkt, maar ook voelbaar klopt in mijn lichaam.
Ik merk dat mijn leven mij steeds opnieuw uitnodigt om de diepte in te gaan. Niet om daar te blijven hangen, maar om er betekenis uit mee terug te nemen. Alsof moeilijke ervaringen niet alleen iets zijn om te overleven, maar ook iets kunnen openen. Meer bewustzijn. Meer zachtheid. Meer begrip voor mezelf en voor anderen.
Dat betekent niet dat spiritualiteit voor mij alleen maar licht en liefde is.
Integendeel.
Het gaat ook over schaduw.
Over stilte.
Over oude pijn aankijken.
Over het masker afzetten.
Over eerlijk durven voelen wat er onder mijn overlevingsstrategieën zit.
Soms voelt bewustwording alsof delen van mezelf afbreken. Alsof ik steeds opnieuw sterf aan een oude versie van mezelf. Maar juist daarin ontstaat ruimte. Niet om iemand anders te worden, maar om dichter te komen bij wie ik altijd al was onder alle lagen van aanpassen.
Wanneer ik niet overprikkeld ben leef ik sterk vanuit intuïtie. Vaak voel ik dingen voordat ik ze rationeel begrijp. Dat kan verwarrend zijn in een wereld die vooral bewijs en logica waardeert. Maar steeds meer leer ik vertrouwen op die subtiele signalen. Een gevoel in mijn lichaam. Een plotseling weten. Een onrust die later betekenis blijkt te hebben.
En toch draait mijn pad uiteindelijk niet alleen om mezelf.
Hoe dieper ik mezelf leer kennen, hoe meer ik voel dat mijn gevoeligheid verbonden is met verbinding. Met er kunnen zijn voor anderen. Niet vanuit mezelf wegcijferen, maar juist vanuit echtheid. Ik merk dat de meest waardevolle momenten ontstaan wanneer iemand zich veilig genoeg voelt om even te stoppen met overleven. Wanneer iemand zichzelf niet hoeft uit te leggen. Wanneer er ruimte ontstaat om gewoon mens te zijn.
Misschien is dat ook waarom ik zo geloof in ont-moeten.
Ruimte zonder druk.
Zonder rol.
Zonder masker.
Zonder dat iets opgelost hoeft te worden.
Ik denk dat spiritualiteit voor mij uiteindelijk steeds eenvoudiger wordt.
Minder bezig zijn met “hoger” worden en meer met aanwezig zijn.
Met wandelen.
Met stilte.
Met ademhalen.
Met natuur.
Met vertragen.
Met eerlijk voelen wat er in mij leeft.
Misschien is zingeving niet iets wat ik ooit volledig ga vinden als eindbestemming.
Misschien is het het pad zelf.
De moed om bewust te blijven leven.
Om telkens opnieuw af te dalen in mezelf.
En om langzaam te ontdekken dat juist mijn gevoeligheid, mijn intensiteit en mijn anders-zijn geen fout zijn, maar onderdeel van wie ik ben.
12/05/2026
Ik ben op dit moment een theatrale monoloog aan het oefenen voor mijn opleiding trainingsacteren.
10 minuten.
Alleen op een vloer.
Geen rol om achter te schuilen.
Geen personage.
Geen script waar ik me volledig achter kan verstoppen.
En eerlijk?
Ik merk hoe heftig ik dit eigenlijk vind.
Niet alleen spannend.
Maar confronterend.
Omdat deze monoloog niet alleen gaat over een verhaal vertellen.
Hij gaat over maskers.
Over aanpassen.
Over glimlachen terwijl er iets totaal anders vanbinnen gebeurt.
En hoe meer ik hem oefen…
hoe meer ik merk dat ik niet alleen een tekst aan het leren ben.
Ik ben mezelf aan het tegenkomen.
Stukken van mezelf die jarenlang vooral hebben geprobeerd:
veilig te blijven.
Prettig te blijven.
Niet “teveel” te zijn.
Dat is denk ik ook waarom dit voor mij als schaduwwerk voelt.
Omdat ik niet alleen woorden moet onthouden…
maar ook moet stoppen met wegrennen van wat eronder zit.
En dat wringt soms enorm.
Want een deel van mij wil deze monoloog perfect doen.
Rustig.
Sterk.
Goed uitgesproken.
Controle.
Maar een ander deel weet ondertussen:
deze monoloog werkt juist alleen als ik het masker niet volledig dichttrek.
En dat vind ik misschien nog wel het spannendst.
Dat mensen niet alleen een verhaal gaan zien…
maar ook mij daarin gaan zien.
De twijfel.
De aanpassing.
De spanning.
De glimlach die soms verschijnt terwijl er eigenlijk verdriet onder zit.
Ik merk hoe slim mijn systeem jarenlang is geworden in functioneren.
In doorgaan.
In sociaal acceptabel blijven.
Maar deze monoloog vraagt eigenlijk iets totaal anders.
Niet perfect spelen.
Maar zichtbaar durven zijn terwijl ik me ongemakkelijk voel.
En misschien is dat uiteindelijk ook waarom dit me zo raakt.
Omdat ik ergens voel:
dit gaat niet alleen over acteren.
Dit gaat over de vraag hoeveel van jezelf je kwijtraakt…
wanneer erbij horen belangrijker wordt dan eerlijk zijn.
11/05/2026
Laatst tijdens mijn opleiding trainingsacteren gaf ik voor de laatste oefening aan dat ik overprikkeld was en hoe moeilijk ik het had.
Dat ik nog maar losse stukjes binnenkreeg. Niet meer het geheel.
Mijn hoofd zat vol. Mijn systeem ook.
En toch werd er verwacht dat ik doorging. Dat ik mijn grenzen ging opzoeken. Misschien zelfs eroverheen.
En ergens snap ik dat ook.
Want spanning verdragen hoort erbij als trainingsacteur. Spelen terwijl het ongemakkelijk is. Niet meteen stoppen zodra iets moeilijk voelt.
Dus ik ging door.
Of eerlijker:
ik probeerde vooral niet degene te zijn die moeilijk doet.
Ik glimlachte. Natuurlijk glimlachte ik.
Terwijl er vanbinnen helemaal geen glimlach zat.
Er zat spanning. Verwarring. Frustratie. Verdriet.
Maar mijn gezicht heeft jarenlang geleerd:
maak het veilig voor anderen.
Dus ik deed de verwachte geïmproviseerde monoloog.
Over vrijheid.
Over een man uit Eritrea die ik veel spreek. Die zichzelf hier opnieuw heeft opgebouwd. Hoe hij van nauwelijks kunnen lezen naar Nederlandse boeken verslinden ging.
1984.
Animal Farm.
Boeken over macht, propaganda en groepsdenken.
En hoe veel mensen uit zijn eigen gemeenschap hem nu afwijzen omdat hij vrijer begint te denken.
Dat fascineert me.
Hoe mensen fysiek kunnen vluchten uit een totalitaire dictatuur…
maar mentaal nog steeds gevangen blijven in groepsdruk.
Hoe mensen vrijheid willen…
tot iemand binnen de groep daadwerkelijk anders gaat denken.
En ergens besefte ik later iets pijnlijks:
ik sprak tijdens die monoloog eigenlijk ook over mezelf.
Over hoe moeilijk het is om eerlijk te blijven wanneer erbij horen veiliger voelt.
Want terwijl ik sprak over vrijheid…
was ik zelf vooral bezig om overeind te blijven.
Ik glimlachte tijdens het verhaal waar eigenlijk heel andere emoties onder zaten.
En achteraf kreeg ik feedback dat die glimlach niet klopte. Dat het slecht overkwam. Dat die glimlach van mijn gezicht moest.
Maar dat wringt ergens enorm.
Want die glimlach wás juist het signaal.
Niet van lachen om andermans leed.
Maar van aanpassing.
Van jarenlang leren functioneren terwijl er vanbinnen iets anders gebeurt.
Misschien is dat wel het vreemdste aan maskeren:
dat mensen vaak pas zien dat het slecht gaat…
wanneer je masker eindelijk breekt.
Ik merk steeds meer hoe ingewikkeld echte eerlijkheid eigenlijk is.
Niet eerlijkheid achteraf.
Maar eerlijkheid op het moment zelf.
Zichtbaar durven zijn vóórdat je instort.
En eerlijk?
Dat vind ik nog steeds moeilijker dan doorgaan.